De verkoop van de voormalige nazibunker van Arthur Seyss-Inquart op landgoed Clingendael in Wassenaar is vertraagd. De verkoopprocedure is onderwerp geworden van een juridische procedure tussen het Rijksvastgoedbedrijf en één van de partijen die aan de selectieprocedure deelnam. Zolang de rechtszaak loopt, kan het Rijk de bunker niet definitief gunnen. De bunker op landgoed Clingendael werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt als schuilplaats voor Arthur Seyss-Inquart, de rijkscommissaris van het door nazi-Duitsland bezette Nederland. De bunker is daarmee een belangrijke en beladen herinnering aan de Duitse bezetting. Na de oorlog kreeg het gebouw een nieuwe functie als commando- en communicatiecentrum van de Nederlandse defensie. De bunker staat inmiddels al enkele jaren leeg.
De verkoopprocedure
Het Rijksvastgoedbedrijf bracht de bunker vorig jaar opnieuw in de verkoop. Voor de toekomstige bestemming gelden voorwaarden. Zo moet de nieuwe functie rekening houden met de beladen geschiedenis van de plek. Een museale, educatieve of culturele invulling past binnen de uitgangspunten van de verkoopprocedure. Verschillende partijen dienden plannen in voor de toekomstige bestemming. Het instituut Clingendael diende samen met het Atlantikwall Museum Den Haag en BOEi, een maatschappelijke onderneming zonder winstoogmerk een plan in voor een plek voor reflectie, met aandacht voor de geschiedenis en het internationaal recht.
Bezwaar tegen de selectieprocedure
Een andere gegadigde, Silvia Hendriks, diende een klacht in over het verloop van de selectieprocedure. Zij stelde dat er regels waren overtreden rond het bekendmaken van informatie uit de inschrijving. Ook werden vragen gesteld over de onafhankelijkheid van de selectiecommissie. Volgens het Rijksvastgoedbedrijf is de klacht behandeld door een onafhankelijke partij. BOEi is vervolgens vanwege het overtreden van de regels uitgesloten van de procedure. BOEi heeft deze uitsluiting aangevochten en is daarvoor een juridische procedure gestart.
Rechtszaak in oktober
Het Rijksvastgoedbedrijf bevestigt dat de zaak in oktober voor de rechter komt. Zolang de procedure loopt en er geen definitief vonnis is, kan het Rijk de bunker niet gunnen. De toekomst van de bunker blijft daarmee voorlopig onzeker. Eerst moet de juridische procedure worden afgewacht. Daarna wordt duidelijk hoe de verkoopprocedure verdergaat en welke bestemming de voormalige bunker krijgt.
Lees meer via AD: Strijd om Nazi-bunker blijft aanhouden in de rechtszaal, monument staat intussen te verpieteren | Regio | AD.nl