Zeven landen komen in Vlissingen bijeen om te praten over bunkers van de Atlantikwall
Hoe zorgen we eigenlijk voor onze bunkers? Het is een vraag die in het geval van de Atlantikwall, het grote Duitse defensiesysteem langs de Europese westkust, niet minder dan zeven landen bezighoudt. Die treffen elkaar komende week in Vlissingen. „Wie weet wat we nog van elkaar kunnen leren?”
De Atlantikwall, legt Edwin Raap van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed uit, was een nazi-verdedigingssysteem dat in de Tweede Wereldoorlog een stokje moest steken voor invasies van geallieerden. „Het propagandaverhaal was dat het een soort ondoordringbare ‘muur’ was. Vandaar de naam. Het was geen muur, maar wel een lange rij van versterkte punten langs de kust.”
Die versterkingen bestonden dan vooral uit bunkers, heel veel bunkers. Alleen in Nederland al een stuk of duizend, schat Raap grof. „Plus een veelvoud aan bijgebouwtjes.” Tel daarbij op dat de ‘wall’ zich uitstrekt van zuid-Frankrijk tot noord-Noorwegen, en je hebt het over heel veel beton.
Atlantikwall
De Atlantikwall was een meer dan 5000 kilometer lange verdedigingslinie die Nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog langs de westkust van de bezette gebieden in West-Europa heeft aangelegd ter voorkoming van een geallieerde invasie. De linie werd grotendeels gebouwd tussen 1942 en 1944. De Wall werd in 1944 doorbroken in Normandië, en daarna ook bij Vlissingen.
„Die bunkers zijn in Nederland de enige overblijfselen van de bezettingsperiode. De rest hebben we min of meer uitgewist.” De Atlantikwall is daarom het bewaren waard, zegt Raap. „Want je mag daar dan ook wel de aandacht op vestigen. Niet uit trots, maar vanuit verantwoordelijkheidsbesef en vanuit de gedachte: ‘dit nooit meer’.”
Maar om elke bunker als monument te behandelen – restaureren, er een bordje bij te plaatsen en te onderhouden – is in Nederland geen optie. Al was het maar, zegt Raap, omdat dat verschrikkelijk in de papieren gaat lopen. En Nederland is maar een klein landje, dus moeten we voor al die bunkers dan ruimte reserveren?
Rol in de grote debatten
„Wat wij dus doen, is kijken in hoeverre we erfgoed een rol kunnen geven in die grote debatten rond klimaatverandering, de energietransitie en de landbouwtransitie… Wat voor oplossing we daar ook voor bedenken, dat zal toch ergens landen in het landschap. Dan kom je op een gegeven moment alles tegen wat daar al ligt. Nou, maak daar dan ook maar gebruik van.”
Voorbeeldje? „Bij Koudekerke ligt een tankgracht als onderdeel van het Landfront Vlissingen. In dat gebied zijn nu maatregelen nodig om verdroging tegen te gaan. Daar kan die gracht een hele interessante rol spelen. In plaats van dat je dan iets nieuws gaat graven, kun je ook die gracht benutten.”
Foto’s: Jorn Baars
‘Die liggen daar prima’
Behouden én benutten, dus. Zo doen we het in Nederland. Maar de Atlantikwall is groot. En een land als Noorwegen kijkt heel anders naar bunkers. „De bunkers die daar liggen, die liggen daar prima, liggen niemand in de weg. Daar wordt niets mee gedaan.” Waar overigens de vleermuizen en de korstmossen weer heel blij mee zijn.
Uit die verschillende benaderingen komt het idee van de conferentie voort. Alle zeven landen – Noorwegen, Denemarken, Duitsland, Nederland, België, Frankrijk en de Kanaaleilanden – zijn daar vertegenwoordigd. „Om van gedachten te wisselen over die bunkers. Wat doen jullie daarmee, hoe pakken jullie dat aan?”
Nederland, die stelling durft Raap wel aan, hoort bij de koplopers op het gebied van slim omgaan met bunkers en ze een passende nieuwe functie geven. „Maar het grootste deel van de resten van de Atlantikwall ligt in Nederland in natuurgebieden. En wat voor rol die in de natuur kunnen spelen, daar kunnen we wellicht juist van de Noren weer wat leren.”
Contact verwaterd
Contact tussen de zeven landen is er nu namelijk nauwelijks, zegt Raap. „Vijftien jaar terug was er ook zo’n conferentie, maar daarna is het contact verwaterd.” Het is de bedoeling om daarom in Vlissingen tot een intentieovereenkomst te komen om jaarlijks bijeen te komen. „Dat willen we nieuw leven inblazen. Gewoon om kennis uit te wisselen. Wie weet wat we van elkaar kunnen leren?”
Geschutsbunker van de marinekustbatterij Scheveningen-Nord in het verlengde van het Zwarte Pad bij Scheveningen. Foto: Arthur van Beveren